Lezing van de maand

De Einstein telescoop

 

Prof. Dr. Stan Bentvelsen

 

 

 

Stan Bentvelsen is hoogleraar experimentele natuurkunde aan de Universiteit van Amsterdam en was van 2014 tot 2024 directeur van Nikhef, het Nationaal instituut voor subatomaire fysica. Hij werkte jarenlang aan onderzoek met de grote deeltjesversnellers van CERN en was betrokken bij de ontdekking van het Higgsdeeltje.
Tegenwoordig is hij nauw betrokken bij de Nederlandse voorbereidingen voor de Einstein Telescope en bij het onderzoek naar de mogelijke vestiging daarvan in de 
grensregio van Nederland, België en Duitsland.

 

 

Met uiterst gevoelige detectoren meten we zwaartekrachtgolven: minuscule rimpelingen in ruimte en tijd, veroorzaakt door spectaculaire gebeurtenissen zoals botsende zwarte gaten en neutronensterren. Daarmee kunnen we verschijnselen onderzoeken die met gewone telescopen letterlijk onzichtbaar blijven.

De volgende grote stap is de Einstein Telescope, een nieuw Europees observatorium dat veel gevoeliger wordt dan de huidige detectoren. Diep onder de grond, in kilometerslange tunnels, moet het instrument zwaartekrachtgolven meten uit bijna de gehele geschiedenis van het heelal. Dat belooft niet alleen vele nieuwe ontdekkingen, maar ook nieuwe inzichten in zwarte gaten, neutronensterren, de oerknal en de wetten van de zwaartekracht zelf.

Een van de mogelijke locaties voor deze bijzondere telescoop ligt verrassend dichtbij: in de grensregio van Limburg, België en Duitsland.

In deze lezing neemt Stan Bentvelsen u mee van Einsteins voorspelling van zwaartekrachtgolven naar de eerste spectaculaire waarnemingen, de wetenschap van de toekomstige Einstein Telescope én de vraag wat ervoor nodig is om dit enorme ondergrondse observatorium juist

hier te bouwen.

 

De 'telescoop' bestaat uit een driehoekig systeem van buizen met een lengte 10 km. 

Met de driehoeksvorm zijn er dus drie sets van twee buizen, een meervoudig meetsysteem.

In de buizen schieten laserstralen heen en weer

Als er een zwaartekrachtgolf passeert wordt de ene arm wat meer uitgerekt dan de ander.

Hierdoor is de ene laserstraal iets langer onderweg dan de ander.

Het verschil in tijd wordt door middel van interferentie gemeten.